Ook behoefte aan zoetigheid aan het einde van de middag?
Veel mensen hebben momenten op de dag dat ze behoefte krijgen aan zoetigheid. Dit kan aan het einde van de ochtend of middag zijn of ’s avonds na het eten. De oorzaak hiervan is dat er vaak gewoon te weinig wordt gegeten of maaltijden worden overgeslagen om maar af te vallen. Je bloedsuikerspiegel gaat wat dalen en het lichaam gaat om zoetigheid vragen (en niet om iets gezonds bijv. een lekkere boterham met kaas). Want het meeste voedsel wat we eten wordt in ons lichaam omgezet in glucose/suiker. Dus al er een tekort is door te weinig eten, gaat het lichaam om glucose/suiker vragen en niet om een boterham.
Dus vraag je zelf af of je wel genoeg hebt gegeten als je op deze tijdstippen behoefte hebt om te snoepen.

Hoe kun je snoepen en snaaien voorkomen?
Heel simpel door een goed ontbijt te nemen. Een goed ontbijt kan bestaan uit 2 tot 3 volkoren boterhammen, Wasa volkorencrackers, vezelrijke crackers, roggebrood, krentenbrood, roggebrood of beschuit. Of 2 boterhammen en een beker halfvolle yoghurt, melk, karnemel en een stuk fruit.  Zelf eet ik een flink bord havermout en daar geniet ik van. Veel mensen eten ’s ochtends maar 1 boterham en dat is te weinig om de ochtend door te komen. Cliënten hoor ik dan zeggen: “Ik krijg ’s ochtends geen hap door mijn keel”. Je kunt je mind, je hoofd, er op gaan instellen dat je voortaan ’s ochtends wel gaat eten.  Door dit meerdere keren per dag tegen je zelf te zeggen: “Vanaf vandaag neem ik elke dag ontbijt en dan ga ik …………….  eten” gaat het gewoon lukken. Het is gewoon een kwestie van je zelf goede instructies te geven. Vaak moet het wel even wennen om meer te eten, het is gewoon een kwestie van tijd. Na een paar weken is je lichaam er aan gewend. Ons lichaam past zich heel snel aan.
Inplaats van ontbijtkoek zou je bij de koffie een banaan kunnen eten of een 2 crackers met kaas. Ook heeft Wasa kant en klare sandwiches dat is ook handig om mee te nemen.
En dan ’s middags weer een goede lunch met 2 tot 4 boterhammen of een maaltijdsalade.
En dan rond de klok van 15.30 uur weer een tussendoortje eten.
Dan het warme eten: lekker aardappelen, pasta of rijst, groente, vlees, jus evt toetje.
En s’avonds nog een tussendoortje rond de klok van 21:00 uur.

Wij werken in onze praktijk  met de stofwisseling en die is bij iederéén anders. Als je klein bent heb je minder eten nodig dan iemand die groot is. Als je naar dieren kijkt krijgt een schoothondje een klein bordje met eten en een grote hond krijgt een groot bord met eten. Dat klinkt logisch toch?  Daardoor kan ik nu niet precies de hoeveelheden zeggen die je op een dag nodig hebt (Bovenstaande advies is een algemeen advies). In onze praktijk berekenen we precies hoeveel kcal. je lichaam nodig heeft om op gewicht te blijven of om af te vallen. We houden rekening met lengte, gewicht, leeftijd en het vetpercentage.